Waarom geld
ertoe doet
Dit essay nodigt uit om anders naar geld te kijken: niet als iets vanzelfsprekends, maar als een allesbepalend systeem dat onze economie, politiek en dagelijkse keuzes diep beïnvloedt. Terwijl de waarde van geld steeds abstracter wordt, van leningen en derivaten tot crypto en digitale euro, neemt de spanning toe tussen publieke belangen en private macht. Daarom willen wij met Why Money Matters een toegankelijk startpunt creëren voor iedereen die voelt dat er “iets niet klopt” in het financiële systeem, maar nog niet precies weet waar te beginnen.
Juist nu is dit gesprek urgent. De kloof tussen financiële rijkdom en reële economie groeit, nieuwe vormen van schaduwgeld en digitale valuta duiken op, en politieke besluitvorming over geld vindt vaak plaats buiten het zicht van burgers. In ons essay laten wij zien hoe geld wordt gecreëerd, wie daarover beslist en welke gevolgen dat heeft voor vertrouwen, ongelijkheid en democratische controle zonder dat je econoom hoeft te zijn om het te kunnen volgen.
We hopen dat dit essay een aanzet is tot een breder gesprek: in de woonkamer, in de collegezaal, in de gemeenteraad en online. Wil je met ons meedenken, vragen stellen of meewerken aan vervolgstappen, dan nodigen we je van uit om contact op te nemen via de website en je aan te melden voor onze updates en bijeenkomsten. Begin eenvoudig met het lezen van Why Money Matters en ontdek hoe anders de wereld eruitziet als je geld niet alleen als betaalmiddel ziet, maar als een publieke zaak waar je zelf deel van uitmaakt.
Why Money Matters
Een aanzet tot debat over geld, macht en vertrouwen
In een wereld waarin de waarde van geld steeds abstracter wordt, blijft één kernvraag overeind: wat maakt geld nog betrouwbaar en hoe houden we hier vat op? Sinds de loskoppeling van goud in de twintigste eeuw is geld niet langer een tastbaar bezit, maar een kwestie van vertrouwen. Dat vertrouwen staat vandaag onder druk door digitalisering, globalisering en een groeiende kloof tussen financiële en reële waarde.
De Euro, ooit bedoeld als symbool van Europese stabiliteit, lijkt in deze context op zoek naar een nieuwe, mondiale rol: die van een anker in een drijvend systeem; het nieuwe goud.
Als geld niet langer door goud wordt gedekt: waar rust waarde dan op?
Het moderne geldsysteem rust op een opmerkelijke dynamiek. Niet de centrale banken, maar commerciële banken creëren het grootste deel van het geld door leningen te verstrekken op basis van commerciële risicoafwegingen. Deze vorm van geldschepping resulteert in overdadige geldcreatie in economische hoogtij en remt juist het herstel bij economische crisis.
Wanneer krediet de economie overstijgt, ontstaat er een luchtlaag van papieren rijkdom die losraakt van tastbare productie. Globalisatie versterkt dit effect: kapitaal circuleert razendsnel over grenzen, terwijl arbeid en grondstoffen traag reageren. De markt is daardoor financieel hyperactief, maar economisch vaak stroperig dan de reële economie.
De financiële crisis van 2008 en het sindsdien meermaals toegepaste beleid van kwantitatieve verruiming maakten dit overduidelijk zichtbaar. Centrale banken pompten een enorme hoeveelheid liquiditeit in het systeem om groei te stimuleren, maar dat kapitaal vond vooral zijn weg naar aandelen en vastgoed: degenen met bezit kregen nog meer bezit. Economisch herstel bleef ongelijk verdeeld.
Wie creëert en beheert het geld en wie houdt toezicht?
De vraag wie geld mag creëren en beheren is opnieuw actueel. Het traditionele onderscheid tussen het contante geld in onze portemonnee ("Publiek" geld uitgegeven door centrale banken) en het girale saldo op onze bankrekening ("Privaat" geld geschapen door commerciële banken) vervaagt.
Niet langer is er alleen het onderscheid tussen publiek en privaat geld, nieuwe financiële partijen (van fintechs tot cryptoprojecten) hebben een nieuwe vorm van geld in ons stelsel geïntroduceerd: Schaduwgeld.
Schaduwgeld omvat kredietverlening, investeringen en financiering door niet-gereguleerde bedrijven zoals hedgefondsen, geldmarktfondsen en cryptoplatformen die zich weliswaar gedragen als commerciële banken maar niet onder hetzelfde strenge toezicht staan.
Daarmee zijn deze nieuwe partijen (ook wel schaduwbanken genoemd) onderdeel van de financiële keten geworden, terwijl toezichthouders proberen grip te krijgen op deze nieuwe risico’s die zich juist aan het zicht onttrekken. Deze partijen, commerciële banken en nieuwe financiële actoren, betreden terrein dat ooit exclusief in publieke handen lag. Hun innovatie biedt efficiëntie en vrijheid, maar roept ook existentiële vragen op: wie waarborgt stabiliteit als het vertrouwen wankelt en wie draait op voor het verlies van het genomen risico?
De opkomst van crypto en stablecoins is een symptoom van dat zoekende vertrouwen. Cryptovaluta beloven onafhankelijkheid, maar missen structurele stabiliteit. Stablecoins proberen een hybride model: digitaal, maar gekoppeld aan bestaande valuta. Toch bouwen ook zij op private macht, private infrastructuur en commerciële prikkels. Daarom werken centrale banken aan een publiek alternatief: de Central Bank Digital Currency (CBDC). Een digitale Euro kan de democratische controle over geld versterken, maar raakt tegelijk gevoelige thema’s zoals privacy en de grens tussen bescherming en overheidsmacht.
Wat gebeurt er als banken een Maatschappelijke functie hebben, maar een Commercieel doel?
Banken spelen een cruciale rol in onze samenleving door leningen te verstrekken, maar hun hoofddoel blijft winst maken. Deze spanning wordt versterkt door regels die soms de kredietverlening bemoeilijken.
Er is veel kritiek op de grote invloed van de banksector in het politieke debat: terwijl er in Brussel honderden gesprekken zijn met de bancaire lobby, krijgt de maatschappelijke vertegenwoordiging nauwelijks gehoor.
Het overstappen van bekende politici naar het bankwezen en van het bankwezen naar de toezichthouders roept de vraag op of we wel echt democratisch beslissen over ons geld. Centrale banken proberen hierin de balans te bewaken, maar hun relatie met de commerciële banken blijft complex en soms controversieel.
Wanneer gaat de Financiële economie boven de Reële staan?
De verhouding tussen financiële sector en reële economie is scheefgegroeid. Waar vroeger geld het smeermiddel van productie was, lijkt productie nu vooral een decor geworden voor financiële waardestijging. Derivatenmarkten, ooit bedoeld om risico’s af te dekken, zijn autonome speculaties geworden, vele malen groter dan de wereldwijde productiewaarde. Waarde ontstaat steeds minder uit arbeid of innovatie, maar steeds meer uit risico- en verwachtingsmodellen. Daarmee wordt geld minder een ruilmiddel.
Voor Europa betekent dit dat de Euro dreigt te vervreemden van zijn eigen fundamentele doel: stabiliteit en sociale vooruitgang. Om werkelijk “het nieuwe goud” te zijn, moet de Euro opnieuw verbonden worden met waarde creatie die de samenleving als geheel ten goede komt.
Wat doet dit met kansen, gedrag en onderling vertrouwen?
Het hedendaagse monetaire beleid heeft diepe maatschappelijke effecten. Lage rentes en ruime geldbeschikbaarheid stimuleren consumptieve investeringen, maar zetten ook huishoudens aan tot risico zoekend gedrag. Sparen lijkt zinloos; beleggen wordt de norm. De waarde van huizen, aandelen en andere bezittingen (assets) stijgt, terwijl de toegang voor nieuwkomers afneemt. Vermogen concentreert zich in private handen, zowel bij vermogende beleggers als bij institutionele fondsen.
Deze verschuiving heeft een culturele dimensie. Geld is niet langer slechts een middel om te leven, maar een middel om te overleven in een financieel spel. Jongere generaties ervaren bezit als iets wat belegd moet worden, niet gebruikt. Huizen worden spaarpotten, niet woonplaatsen. Achter dit gedrag schuilt een bredere erosie van vertrouwen: de burger vertrouwt zijn pensioen niet meer toe aan de staat en de staat vertrouwt op markten om groei te creëren.
Politiek en macht: de euro in een geopolitiek krachtenveld
Geen enkel monetair systeem bestaat los van macht. Sinds de dollar als wereldreserve munt fungeert, is geld ook geopolitiek. De euro werd ooit ontworpen als tegengewicht, maar pas de komende jaren zal blijken of zij die rol echt kan waarmaken. In het digitale tijdperk wordt monetaire autonomie een veiligheidsvraagstuk. De Verenigde Staten, China en de Europese Unie concurreren voor de standaard van de toekomst: wie de infrastructuur van digitaal geld beheerst, beheerst de waardeketen van handel en technologie.
Tegelijk staat Europa intern voor een andere, minder zichtbare machtssituatie. Hervorming van geld en banken wordt in de EU sterk afgeremd door de invloed van de traditionele bankenlobby. Het huidige wettelijke kader is gebouwd op een bankmodel waarin kredietverlening centraal staat, waardoor echte systeemverandering nauwelijks ruimte krijgt. Daardoor werken regels rond kapitaal, liquiditeit en toezicht niet alleen beschermend, maar ook verstarrend: ze bevestigen de bestaande machtsverhoudingen in plaats van ze open te breken.
Daarnaast worstelt Europa intern met de regulering van zijn financiële sector. “Too big to fail”, het onvermogen om grote banken te laten vallen zonder het systeem te ontwrichten, blijft een onopgelost probleem. Kaders zoals Basel III (voor banken), MiCA (voor crypto) en DORA (voor digitale operaties) tonen de poging tot beheersing, maar zijn overduidelijk een compromis tussen de toezichthouder en financiële sector. Maar als regels altijd balanceren tussen publieke en commerciële belangen: waar komt dan de democratische legitimiteit vandaan en wie bewaakt die?
Welk sociaal contract past bij geld dat steeds digitaler en abstracter wordt?
Het debat over geld is uiteindelijk een debat over vertrouwen. Niet alleen vertrouwen in cijfers op een bankrekening, maar in de instituties die waarde definiëren. Geld weerspiegelt de relatie tussen burger, markt en overheid. Daarom vraagt het herstel van dat vertrouwen om een nieuw sociaal contract: transparante geldschepping, democratische zeggenschap over digitale valuta, flexibiliteit van betalen in een digitale wereld en een herwaardering van geld als publiek goed met een maatschappelijk doel.
De digitale Euro is een stap in de goede richting om de afhankelijkheid van commerciële partijen in het geldsysteem te verminderen en weer in publieke handen te brengen. Hiermee kan de balans tussen Publiek en Privaat geld worden hersteld, maar gaat dit ook gebeuren?
De Euro kan alleen het nieuwe goud worden, wanneer zij niet wordt gezien als technisch betaalmiddel, maar als publiek vertrouwen: stabiel, democratisch gelegitimeerd en verbonden met maatschappelijke waarde creatie. Als Europa economische kracht, sociale rechtvaardigheid en politieke autonomie wil verenigen in één munt, welke afspraken horen daar dan bij en wie mag ze maken?
- M.F. Roos BSc, MBA
- ir. S. Willemse
- drs. J. de Vries